stoornissen in zaadkwaliteitTe weinig zaadcellen en andere sperma-afwijkingen kunnen worden veroorzaakt door hormonale problemen, anatomische problemen, immunologische problemen of zelf milieufactoren. Met het blote oog is de zaadkwaliteit niet te beoordelen. Alleen het analyseren van een zaadmonster in het laboratorium (semenanalyse) geeft informatie over de hoeveelheid en de kwaliteit van het sperma. Er wordt gekeken naar de hoeveelheid zaadcellen, de beweeglijkheid, de vorm en de vitaliteit van de zaadcellen in een onderzochte zaadlozing. Daarnaast kan worden gekeken naar eventuele samenklontering, ontstekingscellen en de zuurgraad. Er zijn verschillende benamingen voor een afwijkende uitslag van een semenanalyse:
Zijn er meerdere factoren afwijkend dan worden de benamingen nog ingewikkelder. Het totaal afwezig zijn van zaadcellen in de zaadlozing kan worden veroorzaakt door een aangeboren afwijking in de opbouw van het mannelijk voortplantingssysteem, of door een verkregen afsluiting (obstructie) door bijvoorbeeld een ontsteking. Er zijn vele oorzaken van een verminderde zaadkwaliteit. Hieronder volgt een opsomming van de meest voorkomende oorzaken van spermaproblemen. afsluitingenElke blokkering in de spermakanalen, zaadleiders of urinebuis kan verhinderen dat het sperma wordt geëjaculeerd. Afsluitingen zijn een algemeen voorkomende oorzaak van onvruchtbaarheid. Ze kunnen worden veroorzaakt door infecties (waaronder seksueel overdraagbare aandoeningen – SOA’s) en kunnen soms worden opgeheven om de vruchtbaarheid te herstellen. Bij een structurele afsluiting kan chirurgie of een andere procedure nodig zijn, terwijl een afsluiting veroorzaakt door een infectie kan worden bestreden met antibiotica en geen chirurgie behoeft. Als de structurele blokkering niet kan worden hersteld, dan kan een biopsie of punctie van de testikels worden uitgevoerd om sperma te verkrijgen. erfelijke factoren / aangeboren afwijkingenHet komt soms voor dat aan beide kanten de zaadleiders niet zijn aangelegd. De zaadproductie vindt wel plaats, maar door het ontbreken van de zaadleiders hebben de zaadcellen geen mogelijkheid om in de zaadlozing terecht te komen. Zonder ingrijpen is er bij deze mannen dus geen kans op zwangerschap. Deze mannen hebben vaak een verhoogde kans op een genetische afwijking die een verhoogde kans op taaislijmziekte kan geven bij het kind. Het syndroom van Klinefelter is een erfelijke aandoening (aangeboren verstoring van de geslachts- chromosomen in het erfelijk materiaal) bij mannen en kenmerkt zich onder andere door geen of weinig zaadcellen in het semen.
Een andere afwijking op het erfelijk materiaal (DNA) is de zogenaamde Y-deletie. Bij mannen met een zeer slechte zaadkwalitiet wordt dan ook via het bloed onderzoek verricht naar een eventuele erfelijke oorzaak op het Y chromosoom van de man. Omdat ook deze afwijking wordt doorgegeven aan eventuele zonen is erfelijkheidsadvies noodzakelijk. retrograde ejaculatieAls een man lijdt aan retrograde ejaculatie gaan de zaadcellen bij de zaadlozing de verkeerde kant op en komen zijn zaadcellen in de blaas terecht in plaats van naar buiten te treden via de plasbuis. Anatomisch gezien komt het spermakanaal samen met het pad van de urinebuis, zodat het zaad het lichaam kan verlaten. Retrograde ejaculatie is een defect in de kleppen die de stroom van de urine versus het zaad regelen door de urinebuis; deze zeldzame aandoening is soms het gevolg van suikerziekte of verwijdering van de prostaatklier. Als het systeem bij een man functioneert zoals het moet, trekt de klep tussen de blaas en de urinebuis samen tijdens de ejaculatie of andersom, sluit de klep tussen de zaadleider en de urinebuis tijdens het urineren. Na filtering kunnen zaadcellen nog steeds worden verkregen uit de blaas, hoewel de urine giftig kan zijn voor het sperma. Om deze reden wordt de man vaak voorbehandeld door het drinken van een neutraliserende drank. Een man met retrograde ejaculatie kan zijn blaas legen en een katheter laten inbrengen om de blaas met een laboratoriumoplossing (media) te vullen. Na de ejaculatie wordt de vloeistof dan verzameld, waarna de vloeistof wordt verwijderd en het sperma overblijft. niet-ingedaalde zaadballen (cryptorchisme)De balzak (het scrotum) hangt buiten het lichaam omdat het sperma een paar graden koeler moet zijn dan de lichaamstemperatuur. Als de testikels niet binnen de eerste maand of rond die tijd na de geboorte indalen in het scrotum kunnen vruchtbaarheidsproblemen ontstaan. Niet-ingedaalde testikels kunnen chirurgisch worden hersteld, maar soms kan permanente schade ontstaan als de testikels niet indalen tijdens de kinderjaren. Ook de chirurgische ingreep zelf kan van invloed zijn op de vruchtbaarheid. spataderkluwen in de balzak (varicokèle)Spataderen (uitgezette aderen) kunnen ook in het scrotum voorkomen. De reden waarom dit een probleem veroorzaakt is niet bewezen, maar de algemene theorie is dat de aderen de temperatuur in de testikels verhogen. Deze warmte verzwakt het sperma en belemmert de spermaproductie. Spataders kunnen chirurgisch worden onderbonden, maar er is geen overeenstemming over het nut van deze ingreep voor de vruchtbaarheid. hormoonstoornissenDe exacte balans van de hormonen in het mannelijk lichaam is bepalend voor het succes van het mannelijke voortplantingssysteem. Mannelijke onvruchtbaarheid kan optreden als het lichaam onvoldoende testosteron of gonadotrofinen produceert, waaronder inbegrepen follikelstimulerend hormoon (Follicle-Stimulating Hormone - FSH) en luteïniserend hormoon (Luteinizing Hormone - LH). Een hormonale oorzaak van een verminderde zaadkwaliteit komt niet vaak voor. Hormonale problemen kunnen met name worden teruggevoerd op de primaire klieren die de hormonen produceren of op de klieren waarop de hormonen zich richten: Hypothalamus, hypofyse, schildklier, prostaat en testikels. Als een van deze klieren niet goed functioneert, kan dit problemen veroorzaken in de spermaproductie of in de productie van de melkachtige voedingsvloeistoffen waaruit het semen bestaat. sterilisatie (vasectomie)Een gebruikelijke factor die leidt tot de afwezigheid van sperma in het ejaculaat is een eerdere sterilisatie (vasectomie). Mannen met (hernieuwde) kinderwens kunnen ervoor kiezen om een hersteloperatie te laten uitvoeren om de vasectomie ongedaan te maken. Het succes van de procedure hangt af van hoe lang geleden de vasectomie is uitgevoerd. Bij vasectomieën die meer dan vijf jaar voorafgaand aan de herstelprocedure zijn uitgevoerd bestaat een kleinere kans op een succesvol herstel van sperma in het ejaculaat. Naarmate het interval groter is neemt daarnaast ook de kans op de productie van antistoffen tegen de zaadcellen toe, waardoor er klontering kan optreden. De poliklinische behandeling bestaat uit het opnieuw samenhechten van de zaadleiders van de patiënt of het rechtstreeks vasthechten van de zaadleiders aan de bijbal. Als de vasectomie meer dan vijf jaar voor de behandeling is uitgevoerd of als het herstel mislukt, bestaan er technieken om het sperma te verkrijgen uit de bijbal of testikels voor gebruik bij in-vitrofertilisatie (IVF) of ICSI. |