kans op meerlingzwangerschapVruchtbaarheidsbehandelingen worden uitgevoerd om de kans op het realiseren van een zwangerschap te vergroten. In België is het beleid bij vruchtbaarheidsbehandelingen er dus ook op gericht om het aantal meerlingzwangerschappen terug te dringen. De belangrijkste reden om te proberen om het aantal meerlingzwangerschappen (van meer dan twee) zo laag mogelijk te houden, is het feit dat deze meerlingzwangerschappen een groter gezondheidsrisico betekenen voor zowel de zwangere als de baby’s. De kans op vroeggeboorte en een laag geboortegewicht is bijvoorbeeld aanzienlijk vergroot ten opzichte van een een-of tweeling zwangerschap en hiermee ook de kans op complicaties en handicaps bij het kind. Deze handicaps kunnen variëren van neurologische aandoeningen tot afwijkingen die niet met het leven verenigbaar zijn. Omdat paren die aan vruchtbaarheidsbehandelingen beginnen dit doen met het oog op het krijgen van (een) gezond kind(eren), kan het nemen van te grote risico’s bij de behandeling dit doel hiermee helaas voorbijstreven. De verhoogde kans op meerlingzwangerschap bij vruchtbaarheidsbehandelingen betreft een verhoogde kans op een twee (meer) - eiïge twee(meer)ling. Daarnaast is er, net als bij ieder ander, ook nog een natuurlijke kans op een een-eiïge tweeling. De kans op een meerlingzwangerschap bij vruchtbaarheidsbehandelingen hangt af onder andere af van de soort behandeling en van persoonlijke keuzes. Ovariele hyperstimulatie Bij behandelingen waarbij medicijnen worden gebruikt om meerdere eitjes te laten rijpen, is de kans op meerlingen groter dan in de natuurlijke situatie. Om deze reden worden de vrouwen tijdens de behandeling regelmatig gecontroleerd. Als de eierstokken te heftig reageren en teveel eicellen uitrijpen, dan kan de behandeling worden onderbroken en moet de vrouw die maand niet zwanger worden vanwege het risico op meerlingen. Het maximale aantal follikels dat wél medisch acceptabel is ligt niet exact vast maar hangt onder andere af van het type behandeling en de oorzaak van het vruchtbaarheidsprobleem. Dit wordt met het paar besproken. Bij milde hyperstimulatie is dit aantal meestal 2 of maximaal 3. De kans op een twee, of heel soms een drieling, wordt hiermee bijna een ingecalculeerd risico. Het is bij deze behandelingen echter moeilijk om het aantal bevruchtingen, en hiermee de kans op meerlingzwangerschap in toom te houden. IVF en ICSI behandeling Bij IVF behandelingen is het risico op meerlingzwangerschappen in principe iets beter te beheersen omdat het alleen nog afhankelijk is van het aantal embryo’s dat teruggeplaatst wordt. Om deze reden wordt er in België een strikt terugplaatsingsbeleid gehanteerd. Bij terugplaatsing van 2 embryo’s is het risico op een tweeling ongeveer 25%. Ook is er een zeer klein risico op een drieling (aangezien een van de embryo’s zich spontaan kan splitsten in een 1- eiïge tweeling; de kans dat beide embryo’s dit doen waardoor een vierling tot stand zou komen, is te verwaarlozen klein). Er wordt soms de mogelijkheid geboden om bij het optreden van een (grote) meerlingzwangerschap het aantal vruchtjes te “reduceren”. Dit betekent echter dat de overbodige vruchtjes in de baarmoeder worden ingespoten met een bepaalde vloeistof waardoor het leven van deze vruchtjes wordt afgebroken. Naast de aanzienlijke kans op complicaties bij (grote) meerling zwangerschappen, moet ook de impact van zo’n reductiebehnadeling niet onderschat worden. Vandaar dat een terugplaatsingsbeleid waarbij meestal slechts één of 2 embryo’s worden teruggeplaatst essentieel is. |