erfelijkheidsonderzoek bij het embryo (PGD)Bij procedures voor geassisteerde voortplantingstechnologie zoals in-vitrofertilisatie (IVF), laat men in een laboratoriumomgeving embryo’s ontstaan die vervolgens worden teruggeplaatst in de baarmoeder van de vrouw. Bij sommige paren, in het bijzonder die welke het risico lopen op een erfelijke ziekte, kunnen vragen rijzen over de genetische gezondheid van die embryo’s. Een relatief nieuwe techniek genaamd pre-implantatie genetische diagnostiek (Preimplantation Genetic Diagnosis - PGD) kan hierop enkele antwoorden geven. wat is pre-implantatie genetische diagnostiek?Bij PGD worden embryo’s die verkregen zijn via een IVF procedure vóór de terugplaatsing getest op erfelijke afwijkingen. De bevruchting wordt tot stand gebracht door middel van de ICSI methode. Van het 8-cellige embryo (van ongeveer 3 dagen oud) wordt met een kleine pipet een of twee cellen verwijderd. Deze cellen worden onderzocht en binnen een dag kan de uitslag bekend zijn. Na de diagnostiek worden alleen niet-aangedane embryo’s teruggeplaatst. In Belgïe hebben nog niet alle centra de mogelijkheid dit toe te passen. PGD is een uiterst geavanceerde procedure die dus in een beperkt aantal centra wordt verricht en die enkel wordt toegepast indien daar duidelijk een indicatie voor is bvb een bepaalde erfelijke aandoening. Omdat PGD tijdrovend is, de beschikbaarheid ervan beperkt is en het proces de nodige voorbereiding vereist, moeten paren die PGD overwegen ruim voor hun IVF-cyclus een en ander regelen. |