GnRH antagonisten
Net als de GnRH agonisten kunnen tegenwoordig ook GnRH
antagonisten worden gebruikt om tijdens een
vruchtbaarheidsbehandelingen (zoals IVF) een voortijdige eisprong
te voorkomen.
Waar een agonist eenzelfde werking heeft als het natuurlijke
GnRH, heeft een antagonist juist een tegengestelde werking.
Momenteel zijn ganirelix en cetrorelix beschikbaar.
hoe het werkt
GnRH antagonisten hebben een sneller effect dan agonisten omdat ze direkt (op het niveau van de hypofyse) een blokkade geven van LH en FSH. Het middel hoeft hierdoor pas te worden toegediend vlak voordat er een voortijdige eisprong wordt verwacht. GnRH antagonisten hoeven hierdoor veel korter te worden toegediend dan de agonisten. De benodigde dosering is ook lager dan voor de GnRH agonisten. De ervaring met GnRH antagonisten is echter nog beperkt.
naar boven
hoe het wordt toegediend
GnRH antagonisten moeten net als de meeste agonisten onderhuids worden toegediend gedurende een bepaalde periode in de cyclus. Meestal wordt pas gestart op de 6de dag van de FSH cyclus.
naar boven
mogelijke bijwerkingen
- Lokale recaties op de injectie plaats.
- Hoofdpijn en misselijkheid (> 1%).
- Duizeligheid, moeheid, malaise (< 1 %).
naar boven